Na 70 bedden, 19 vluchten, 155 uur bussen, 16 uur treinen, 61 uur boten en zo’n 30 boeken ben ik weer thuis. Het gekste aan thuis komen is eigenlijk wel dat het helemaal niet gek is, hoewel er wel wat dingen zijn die van vanzelfsprekend, nu ontzettend luxe zijn geworden. Een douche die zeker weten warm is, een eigen laptop, rondlopen zonder een bezienswaardigheid te zijn, een toilet waar je wc-papier in door mag spoelen, een eigen koelkast vol eten (waarvan je ongeveer zeker weet wat het is) en je kiest zelf wat je waar in stopt! Allemaal dingen waarvan ik eigenlijk al vergeten was dat ze bestonden en hoe fijn ze waren.

Het zijn zes top maanden geweest! Adembenemende landschappen, spannende reizen, intrigerende culturen en ontzettend veel inspirerende mensen. Mijn weblog is 2444 keer bekeken en de lieve berichten van het thuisfront hebben mij er ondanks de Aziatische avonturen al die tijd van weten te overtuigen dat er nog veel is om voor terug te komen. De rust en relativering heb ik gevonden, reteveel plezier heb ik zeker gehad. Met de mensen die langs zijn gekomen, de mensen die ik daar heb ontmoet en zeker ook met mijn one person. Dit opfrisverlof is het beste kado dat ik mezelf kon geven! Gelukkig heeft Paulo Coelho in The winner stands alone een mooie samenvatting gegeven van afgelopen maanden en het gevoel bij thuiskomst. Allemaal ontzettend bedankt voor het meeleven en tot bij het volgende opfrisverlof!

A seagull was flying over a beach, when is saw a mouse. It flew down and asked the mouse: “Where are your wings?” Each animal speaks its own language, and so the mouse didn’t understand the question, but stared at the two strange, large things attached to the other creature’s body. “It must have some illness” thought the mouse. The seagull noticed the mouse staring at its wings and thought: “Poor thing. It must have been attacked by monsters that left it deaf and took away its wings.”

Feeling sorry for the mouse, the seagull picked it up in its beak and took it for a ride in the skies. “It’s probably homesick,” the seagull thought while they were flying. Then, very carefully, it deposited the mouse once more on the ground.

For some months afterward, the mouse was sunk in gloom; it had known the heights and seen a vast and beautiful world. However, in time, it grew accustomed to being just a mouse again and came to believe that the miracle that had occurred in its life was nothing but a dream.

De foto’s van China zijn te bezichtigen op: https://www.facebook.com/media/set/?set=a.10150754218049540.457046.781854539&type=1&l=85b2c4a385

door: Maaike Strijker

Hier een berichtje van gastschrijver Maaike! De laatste 3 weken van de reis mocht ik me aansluiten bij Hilde en reizen we door Yunnan en Sichuan, China.

We ontmoetten elkaar op het vliegveld van Kunming. We beginnen meteen met een typisch Chinese taxirit. De meneer

heeft geen idee waar we heen moeten, maar met het gebruik van onze drie woordjes taxi-Chinees (“wij willen naar”, “links”, “rechts”)  zijn we wel meteen dikke vrienden. En dat blijkt eigenlijk in heel China te gelden: met handen en voeten blijk je ineens vloeiend Chinees te spreken.
” Ow, moet ik mijn portemonnaie niet in mijn tas stoppen omdat mensen hier zakken rollen?” ” Ja,  wij worden inderdaad net zo rood als deze sjaal als we in de zon lopen”

Hoewel je geen woord van elkaar begrijpt, gaan de gesprekken heel soepel als je er even de tijd voor neemt.

China blijkt ontzettend veel te bieden te hebben. Zo zijn de hostels erg goed: mensen spreken er goed Engels en helpen je op weg, de kamers zijn netjes en… ze hebben bijna allemaal elektrische dekens. Geen overbodige luxe in een gebied dat nog vrij koud is (freezing volgens Hilde) en waar ze geen verwarming hebben.

We hebben het Chinese bussysteem inmiddels ook gemasterd. Stadbussen, streekbussen, ze hebben geen geheimen meer. Je roept een paar keer waar je heen wil, en er is altijd wel iemand die de juiste bus voor je aanhoudt en zorgt dat je erin komt te zitten. De enige onzekerheid die je dan nog hebt is of het een normale bus is (ergo: kettingrokende Chinezen), of dat het een advanced bus is waar dat niet meer mag. Die laatste zijn wel zo comfortabel als je ze tegenkomt, maar we hebben nog niet ontdekt hoe je dit van tevoren kan weten.

Overal hangen borden om je te informeren of waarschuwen. De Engelse vertalingen zijn vaak erg geestig. Zo moet je je op het busstation wel gedragen, want ” Forbids to spit everywhere“. Of als je op een kaart wil zien waar je staat, is dit aangegeven met “the seat of your position“. Maar ze maken zelf ook grapjes. Zo moet je in Lijiang oppassen, want “grass is napping, please do not disturb“. En mocht je wild worden van alle Chinese souveniers, dan is er gelukkig nog de overheid om je te waarschuwen: “ don’t forget to keep civilized behavior during outing and also shopping should be rational“.

De landschappen wisselen elkaar snel af. Kunming, een grotere maar erg ontspannen stad, waar mensen hun tijd het liefst doorbrengen in de parken met dansen, zingen en mahjong. Dali, een leuk oud stadje dat tussen besneeuwde bergen en een groot meer in gelegen is. Lijiang, een schattig oud stadje met grachtjes en kleine straatjes. Tiger Leaping Gorge, twee dagen klimmen op een berg boven een woeste rivier. Shangri La, dat op het Tibetaanse plateau ligt en een goed beeld geeft van de rest van Tibet.

Morgen vertrekken we naar Sichuan, voor de laatste week. Daar zal het nog een stukje kouder zijn, dus de plannen moeten nog even gechecked worden op uitvoerbaarheid. De panda’s worden in ieder geval nog geknuffeld voordat het avontuur er volgende week echt op zit. Tijd om weer naar huis te gaan, en aan het normale leven te beginnen.

Ik las eens dat Vietnamezen rijst planten, Cambodjanen kijken hoe de rijst groeit en Laotianen met de ogen dicht luisteren hoe de rijst groeit. En dit blijkt echt waar! De nationale sport is zonder twijfel in de schaduw zitten, eventueel afgewisseld met een potje pétanque (vooral veel beoefend door ambtenaren in de voortuinen van de ministeries). Zo bestaat een wandeling van 5 uur eigenlijk uit 3 uur lopen en 2 uur in de schaduw zitten (omdat de gids moe is). Een busrit die 3 uur zou duren duurt eigenlijk 5 uur, want in de rijtijd zat niet de tijd inberekend die nodig was om de banden met water af te koelen of de tijd die de chauffeur in de schaduw uit moest rusten.

Na de grammaticalessen voor Boeddhisten in Luang Prabang, heb ik de plain of jars bezocht. Een veld vol enorme stenen potten (je verwacht het niet..) waarvan de oorsprong onzeker is. Archeologen beweren dat dit 2500 jaar oude urnen zijn, de locals zeggen dat de potten met lao-lao (rijstwijn) zijn gevuld om een overwinning van de koning te vieren. Een snelle berekening van mijn privé gids en mijzelf leerde ons dat de hele bevolking van het huidige Laos erg dronken had kunnen worden van alle lao-lao uit deze potten, dus dat moet eeuwen geleden een goed feestje zijn geweest! In de jaren ’60 is een groot deel van de potten beschadigd tijdens de geheime oorlog door de bombardementen en gevechten die in het gebied plaats hebben gevonden. Naast het bombarderen van de communisten die zich hier schuil hielden en via dit gebied naar Zuid Vietnam trokken, dumpten de Amerikaanse piloten hier ook de bommen die door slecht weer niet op Vietnam kwijt konden maar waar ze liever niet mee wilden landen. Een interessant gebied vol nog niet verwijderde explosieven waar je zeker niet buiten de lijntjes moet lopen!

 

Een groot contrast met Vang Vieng waar juist alles buiten de lijntjes is en draait om gratis drank, happy pizza’s en Friends kijken. Naief als ik ben dacht ik dat je als tuber ook daadwerkelijk in een rubberen band de rivier af moest dalen, dat bleek een beetje voor de kneusjes toen ik met mijn Australische vrienden en een rubberen band tussen alle partygangers stond. Naast tuben blijkt er veel meer te zijn in Vang Vieng, het is een prachtige omgeving om te fietsen en ik heb er mijn eerste geit gemolken. Ook het uitoefenen van de nationale sport, in de schaduw zitten, bleek hier geen straf ! Inmiddels ben ik al 6 dagen in de “grote stad” Vientiane, hoofdstad van Laos, om nog even te genieten van het niks doen voordat morgen het Chinese avontuur met Maaike gaat beginnen in Kunming!

Verlicht ben ik zeker niet, in yoga nog steeds erg slecht, erg dik ben ik ook niet geworden, maar toch voel ik me als een Happy Buddha. De afgelopen weken als one person zijn erg goed bevallen en ik blijk echt ontzettend goed in het beoefenen van de nationale sport van Laos: in de schaduw zitten. Op een terrasje of onder een boom, met of zonder boek danwel Sudoku. Alleen blijven is alleen wel ontzettend moeilijk want ik kom overal interessante nieuwe mensen tegen. Of “oude” mensen zoals Casper, de jongen waar ik vroeger altijd mee in de zandbak speelde, die in Luang Prabang plotseling aan de ontbijttafel zat. Komende drie weken in China met Maaike voelen als een kadootje: een vakantie in een verbazingwekkend land voordat het Nederlanse leven weer begint.

Meer foto’s zijn te bezichtigen op: https://www.facebook.com/media/set/?set=a.10150702904749540.449803.781854539&type=3&l=8956e67b33 

 

Een zaal vol houten banken en puberjongens in oranje gewaden, daar sta je dan, het gebruik van het werkwoord “to be” uit te leggen. I am a monk, inderdaad dat zijn jullie. I am handsome, I am a playboy, You are beautiful… Allemaal geen zinnen die je verwacht uit de monden van jongens die het klooster in zijn gegaan. Wel van jongens die midden in de puberteit zitten en allerlei dingen niet mogen dus dat stiekem doen. Zoals na 12u ’s middags eten, smsen in het klaslokaal en valentijnsmails naar vrouwelijke toeristen sturen (jazeker, ik heb er één gekregen!) De meeste van deze jongens gaan niet zozeer het klooster in omdat ze zich aan Buddha willen wijden, maar omdat het goedkoop onderwijs is of gewoon omdat het enorm leuk is om met leeftijdsgenoten naast de tempel te wonen en naar Westlife te luisteren.

 Afgelopen twee weken heb ik samengewoond met een Canadese actrice in Luang Prabang, een prachtige rustige stad in Laos. Al snel hadden we de yoga lessen en Big Brother Mouse ontdekt, een plek waar elke ochtend en middag toeristen en plaatselijke jeugd (oa monniken) samen komen om engels te oefenen. Dit oefenen gold in mijn geval voor beide partijen, na vier maanden Azië-engels was ook mijn spraakvaardigheid gedaald tot het niveau van Me no have. Deze gevulde agenda werd verder uitgebreid toen ik een oproep (in gebrekkig engels) tegenkwam bij één van de vele tempels, waarin toeristen werden uitgenodigd deel te nemen aan de avondlessen in de tempel. Na enige boeddhistische mailwisseling werd de dagplanning dus uitgebreid met twee uur grammatica les voor jonge flirtende boeddhisten.

Toen de monniken eenmaal getemd waren (voor zover mogelijk), was het tijd voor het grotere werk: mijn olifantenrijbewijs (wat eigenlijk niet meer betekent dan dat ik 3 dagen op de nek van een olifant heb gezeten zonder ervanaf te vallen). De inzet van olifanten in de boomkapindustrie neemt af, waardoor het aantal werkloze olifanten toeneemt. Om deze olifanten, die niet meer in het wild kunnen leven, bezig te houden worden er toeristen op gezet. Maar echt iets te zeggen heb je niet tegen de olifant, want als deze luistert dan is dat naar de mahout die achter je zit en de hele dag tegen de olifant aan keuvelt. De olifant lijkt zich hier weinig van aan te trekken en doet meestal waar hij zin in heeft. Mijn olifant was bang voor water en had een voorkeur voor zand en modder, wat het wassen van de olifant wat lastig en het zitten op de olifant wat smerig maakte.

Naast monniken en olifanten heeft Laos ook een prachtig platteland vol Hmong en Kmou dorpen.  Dit zijn etnische minderheden die zich hebben teruggetrokken in de bergen en aldaar zelfvoorzienend leven. Gedurende drie dagen heb ik met vier andere toeristen door de bergen gewandeld en bij de locals geslapen, onder begeleiding van een gids en trainee gids, de klanken van Justin Bieber en wederom Westlife uit hun Nokia’s en een zak rauwe eieren (waarvan 23% onderweg is gesneuveld). We sliepen op bamboe planken bij de mensen thuis om omringd door een volledige kinderboerderij al snel weer wakker te worden dankzij de haan die naast ons hoofd was vastgebonden. Nog nooit eerder heb ik me in sarong onder de kraan midden in een dorp gewassen onder streng toeziend oog (lees: starende blikken) van 7 jongens, 14 meisjes, 2 mannen, 3 vrouwen, 2 kalkoenen, een hoop kippen en een varken. Kortom: het was prachtig! En zeker de authentieke ervaring die ons beloofd was.

Morgen vertrek ik richting de tubers van Vang Vieng, via een driedaagse omreis over de Plain of Jars. Een vlakte vol kannen in de meest gebombardeerde provincie van het meest gebombardeerde land ter wereld. Om vervolgens in Vang Vieng te gaan ontdekken wat een mulberry eigenlijk is en hier wellicht jam van te brouwen op de biologische boerderij. 

In het historisch museum van Jakarta kijken de toeristen naar de restanten van het VOC-tijdperk en kijken de Indonesiërs vooral naar de toeristen (en willen ze ermee op de foto en interviewen voor de engelse les uiteraard). Rond het elfde interview vandaag viel het me op dat een deel van de engelslerende jeugd van Jakarta geen idee heeft dat Belanda (of Holland) bestaat en al helemaal niet welke rol deze Hollanders in hun geschiedenis hebben gespeeld. Nou is dat niet iets om heel droevig over te zijn want echt trots hoeven we niet op alle hoofdstukken uit onze geschiedenis hier te zijn.. Het uitmoorden van de bevolking van de Banda eilanden om deze te vervangen door Nederlandse perkeniers (soort leenheren) en geïmporteerde slaven was geen onderdeel van de geschiedenis die ik heb geleerd, noch ben ik er ook maar enigzins trots op. Dus misschien ook wel fijn voor ons dat vooral de jonge Indonesiërs zich onze gezamenlijke geschiedenis niet meer kunnen herinneren.

Afgelopen weken hebben we na Ambon het eind van de wereld bereikt, in de vorm van de Kei eilanden. Op het eind van de wereld is er niks, alleen een mooi strand (en schijnen er meer te zijn, we zijn het onze niet afgeweest), wordt voor eten en bier gezorgd en wordt er ‘s avonds tot ergernis toe mens-erger-je-niet gespeeld (niet door mij want dat mag niet van Thomas). Na een week vol niks doen bracht een overbevolkte Pelni boot (deze zitten overigens altijd vol mensen, zooi en doerians) ons naar de Banda eilanden, een stukje terug richting de bewoonde wereld. De Banda eilanden zijn een groot openlucht museum van de Hollandse tijd. Eeuwenlang vormde ons monopolie op de noodmuskaat die hier vandaan komt een groot deel van de staatsinkomsten (dat monopolie hadden we dus niet bepaald op een vriendelijke manier gekregen). Sinds het wegvallen van de monopolie positie van de Bandanese noodmuskaat, wat overigens de schuld van de Engelsen was, is er op Banda niet zoveel meer te zoeken. In plaats van vergeten en vervangen door nieuwe bouw is alles op de Banda eilanden slechts vergeten. Ideaal voor de Hollandse toerist op zoek naar zijn geschiedenis! Overal  zijn koloniale panden, forten, plantage woningen en graven van voorouders te vinden. De noodmuskaat, vroeger z’n gewicht in goud waard, wordt nog steeds verbouwd, alleen nu in de vorm van jam op boterham en panakuk gesmeerd.

De eerstvolgende boot naar Ambon kwam te laat voor onze planning (Thomas moet per 1 februari weer werken en op het huis passen) en de landingsbaan van Banda doet momenteel uitsluitend dienst als boulevard en scooterbaan. Dus namen we de Pelni boot terug naar de Kei eilanden. Want het eind van de wereld heeft wel een landingsbaan waarop gevlogen wordt en is dus zo lekker bereikbaar…

Na een tour van bijna twee maanden over Java, Bali, Sulawesi, Ternate, Ambon, Kei en Banda zijn we terug in Jakarta, waar het allemaal begonnen is en het gezamenlijke avontuur morgen zal eindigen. Ik ga mijn maatje, vaak husband om scheve islamitische blikken te voorkomen, missen. De reis samen was fantastisch en vol vertrouwen kijk ik tegemoet naar een toekomstig avontuur: samenwonen. Maar zo ver is het nog niet. De zoektocht naar de drie R-en zet ik komende twee maanden nog voort in Laos en Zuid China, met Luang Prabang als volgende halte. Overigens heeft de zoektocht zich uitgebreid… Na 4 maanden begint er op culinair gebied iets te knagen: ik droom al maanden regelmatig over taart en snak al weken naar een wijntje. Ook verheug ik me enorm op het stuk kaas en de zak Croky bolognaise chips die Maaike wellicht voor me mee wil nemen?

Meer foto’s zijn te vinden op: https://www.facebook.com/media/set/?set=a.10150619892674540.439809.781854539&type=3&l=6db8ce8009

Door: Thomas van de Sande

 

Hierbij mijn tweede bijdrage aan de blog van Hilde. En misschien ook wel de laatste…De tijd vliegt hier, net als wij…

Eerste stop na Toraja (nou ja, eerst nog na een busrit van 12u,een korte nacht, een rit van 5u, een ferrytocht van 5u en een speedboottocht van 30 min) waren de Togean Islands… Niet de best bereikbare plek ter wereld, maar wel een van de mooiste plekken ter wereld. Hilde en ik vonden de we de kerst in redelijke luxe konden doorbrengen en daarom hebben we ons verwend met een weekje rust in Black Marlin Dive Resort. Op een mini eiland een half uur onder de evenaar hebben we heerlijke (kerst)dagen doorgebracht met een handjevol andere toeristen die de trip ook hadden durven maken.  Mooi om te zien dat de meeste mensen die de zelfde moelijke bestemming kiezen om te duiken ook dezelfde mindset hebben. Daardoor kan bijna vanzelfsprekend iedereen het goed met elkaar vinden…Zo hebben we de kerst met wild vreemden toch nog in een familiare setting doorgebracht.

Omdat er verder niets te koop is op het eiland wordt er drie keer per dag voor je gekookt (ayam, uiteraard, maar ook veel verse vis!). Er rest dus niets anders dan chillen, snorkelen, een kerstduik (nieuwjaarsduiken zijn zo 2010..) en een beetje lezen. Heerlijk! Juist omdat de reis erna toe zoveel moeite kost is de locatie dubbel en dwars de moeite waard. Het is heerlijk rustig, en wonderschoon. Voor de grootste happening van de dag verzamelde iedereen zich met een kop thee op de steiger om de aankomst van de nieuwe mensen te aanschouwen, die die dag met de ferry waren aangekomen…

Na 6 dagen rusten was het tijd voor actie. De enige boot van de week nam ons mee naar het noordelijke deel van Sulawesi. Eerst naar Gorontalo en daarna door Manado voor nieuwjaar. Elke keer denk ik weer, hoe lang kan dat nu duren: 350km met de auto. Een ochtend moet toch genoeg zijn…Echter door verscheidene redenen (bochten, drempels, kippen, koeien, modder, stenen en wegwerkzaamheden) daalt de gemiddelde snelheid onder de dertig km per uur en dus kost het je toch weer 12 uur…

Gebroken, bezweet, en vermoeid van ‘het harde leven’  als reiziger ploffen we neer in Manado om ons op te maken voor een nieuwsjaars party…Als we die kunnen vinden…

Nieuwjaar in Manado wordt gevierd op straat, maar omdat er niet echt een feest is, wordt er vooral veel gehangen (volkssport #1 in Indonesie) en met knalhard vuurwerk gegooid (volkssport #2 in Indonesie). Vooral de ‘stoere’  jochies van 8 tot 14 werken op je zenuwen als ze weer strijkers aan het gooien zijn. Gelukkig vonden we een hippe tent om een drankje te doen en te schuilen voor een plaatselijke plensbui.  Niet zo stoer, maar wel romantisch hebben we om twaalf uur het vuurwerk vanuit het hotel op de 5e verdieping bekeken.

Na twee weken op Sulawesi, wilden we nog verder naar het oosten, op zoek naar het einde van de wereld. Hoewel ik had gedacht dat Sulawesi al rustig en leeg zou zijn, was dat niet echt het geval (behalve op de Togean Islands dan). Indonesie is groot, maar er zijn ook heel veel Indonesiers… Hoewel het aantal toeristen is reduceerd tot een handje vol per stad, waren overal nog bussen vol Indonesiers aanwezig.

De volgende bestemming is Ternate, Molukken, het transport een klein vliegtuigje met propellers. Het piepkleine vulkaaneilandje (even groot als Texel) Ternate was ooit (16e eeuw) een van de rijkste sultanaten van Azie door de exclusieve wereldwijde export van nootmuskaat en kruidnagel. Tot de Nederlanders binnen kwamen stampen en een handelsmonopolie op brute wijze afdwongen. De VOC heeft Nederland grootse welvaart gebracht en vele oorlogen en staatsschulden betaalt, maar het is een stukje geschiedenis met een duister randje (wie herinnert zich Max Havelaar nog?!…). Vele restanten van forten herinneren nog aan de 16e eeuwse glorie van Nederland. (Overigens konden de Spanjaarden en Portugezen er ook wat van, maar de Nederlanders waren het meest bekwaam in hun ‘handelsstrategie’…)

We hebben een dagje getourd langs Hollandse forten in kleine blauwe busjes. Deze ‘Bemo’s’, zijn van die Suzuki busjes, waarvan je verwacht dat ze omvallen op de rotonde. Nu hebben ze geen rotondes in Indonesie, maar is het de coolste baan van de wereld om bemo-chauffeur te zijn in het meeste gepimpte busje. Spoilers, grote flatscreens, spiegels, neonverlichting, maar vooral harde, harde muziek zijn de manier om je bus te promoten. Daarom kan je dus voor 3000 Roepia-tjes (=25 cent), een unieke, trommelvlies scheurende video van de Boyzone,Mariah Carey of Celine Dion meepikken…En ondertussen ook nog worden thuisgebracht…Wat wil je nog meer?!?

Op het moment van schrijven zitten we in Ambon, naar een tocht van 20u op een grote boot (nog net niet de Titanic, maar wel bijna). Gelukkig hadden we een eigen bed in een hut (wel man en vrouw gescheiden), zodat we af en toe even de starende blikken konden vermijden en even kunnen chillen zonder  giechelende kinderen die je willen aaien…

Morgen vliegen we nog verder naar het einde van de wereld: de Kei Islands.  Hier gaan we weer lekker rusten (zoals ik al zei, het leven als reiziger is nogal zwaar, :D ). Als de boot komt, gaan we nog een halte verder richting het einde van de wereld: de Banda Islands. Maar dat weet je nooit totdat de boot ook daadwerkelijk de haven uitvaart…

En als er dan nóg een boot komt (de vlieglicensie van 2012 is nogsteeds niet uitgeven aan een vliegmaatschappij, dus wordt er nu helemaal niet meer gevlogen. In tegenstelling tot 2011, toen werd  er tenminste nog soms, met goed weer, en de goede windrichting, en de goede windkracht, en als de piloot zin had, en als woensdag of vrijdag was en als er genoeg passagiers waren, gevlogen. Misschien…) dan komen misschien ook nog daarvandaan… Terug naar de bewoonde wereld…

Maar dat is nog zo ver weg…Eerst nog maar eens chillen, een weekje of twee. Of drie…

door: Hilde

Indonesie kent vele gezichten, kleuren en (vaak minder prettige) geuren. Er domineert echter één smaak: ayam (kip). Ayam is goreng of bakar, vergezeld door haar eeuwige vriend: nasi (witte lijst). Voor de variatie is er ook noedelsoep, met garnalen en ayam. Of als snack in de vorm van pop mie (instant noedels) in vele verschillende smaken: oa ayam en ayam special. Als alternatieve snack is er cassave of aardappel chips in de smaken ayam bbq, spicy ayam.. Of zeewier, geen aanrader.

Bloederige bende

Hoewel de ayam inmiddels mijn neus uit komt, was ik in Toraja (Sulawesi) wel blij met de ayam in mijn nasi. We hebben een begravenis ritueel bezocht van een meneer die 14 maanden geleden is overleden. Hij was echter nog niet dood, heeft al die tijd als ‘zieke’ in de woonkamer gewoond tot er genoeg centjes en buffalo’s waren gespaard voor de ceremonie. De Toraja geven hun doden presentjes mee voor het hiernamaals, waaronder dus ook een hele kudde. Op de begravenis komen alle bevriende families uit het hele land. Als kado aan de overledene en diens familie nemen ze varkens en/of een buffalo mee om ter plekke te slachten/offeren. Hoe meer varkens en buffalo’s, hoe beter de vriendschappen tussen families. Een dure grap: met buffalo’s kan je rijstvelden kopen dus het is wel even sparen zo’n begravenis. Een respectabele dode krijgt al snel 24 buffalo’s en zeker 100 varkens. Zo ook onze dode vriend waar wij de begravenis van mochten bezoeken in ruil voor een slof sigaretten. Nog nooit zo veel modder, bloed en stukken dood beest bij elkaar

gezien, of zoveel schreeuwende varkens gehoord! Zoals onze nieuwe Australische vrienden het samenvatten: een intense ervaring zo’n begravenis.. Gelukkig stond er ‘s avonds weer ayam op het menu! Na de begravenis hadden we wel genoeg bloed gezien en zijn we een paar dagen gaan hiken door de rijstvelden, waar we regelmatig wagens vol mensen, buffalo’s en varkens tegenkwamen op weg naar een feestje…

You so beautiful

Inmiddels dus op Sulawesi waar de vrouwelijke en mannelijke locals Thomas erg beautiful vinden, want een grote neus is erg handsome. Morgen varen we naar Kadidiri, één van de Togean eilanden om te relaxen, duiken en ‘kerst’ te vieren onder de palmboom. Iedereen een vrolijk Kerstfeest gewenst! Wellicht een lekkere ayam op het kerstmenu dit jaar?

Door: Thomas van de Sande.

Deze keer zal ik al gastschrijver deze weblog gebruiken om de laatste avonturen van Hilde en mij uit de doeken te doen.

Na twee maanden van alleen thuis zitten zonder vriendinnetje ben ik Hilde gaan bezoeken in Azie. In December en Januari gaan we samen door Indonesie reizen om dit immense land te verkennen. Hoewel deze reis de afsluiting zou zijn tussen studeren en werken in de grote-mensen-wereld, heb ik al even gewerkt maar ga ik nu toch nog twee maanden op reis. Een beetje vreemd, maar wel lekker…

We ontmoeten elkaar in de ochtend op Kuala Lumpur Airport. Bruin als nooit te voor en met een relaxedte outfit staat ze naar mij te zwaaien, Hilde is hier al zovaak doorheen gereist en kent de weg op de terminal. Ik ben nog een beetje ontheemd op deze plek, maar een stukje dat bij mij hoort staat al te hupsen in de verte: dat maakt een hoop goed!!

Na aankomst op Jakarta gaan we snel door naar Yogjakarta. Een 8 uur lange treinreis door de rijstvelden van zonnig Java. Dit is een van de beste manieren van reizen in Azie, zo blijkt. De trein gaat snel, wordt niet afgesneden door mafkezen op snelle scooters en hoeft niet te remmen voor allerlei trage vrachtwagens met metershoge lading… Yogjakarta zit nog een beetje in het laagseizoen: te veel verkopers, te veel taxi’s en te veel batik winkels en t-shirt stalletjes voor een handjevol toeristen. Daardoor wordt de charme van deze stad vaak een beetje naar de achtergrond gedreven. Na honderden aanbiedingen voor “TLANSPLORT, mister, yes, taxi?!?!” besluiten we om eens een keer met paard en wagen te gaan. Hilarisch!

Samen op de Bromo Vulkaan

Omdat grote warme steden niet zo voor ons zijn weggelegd, besluiten we snel door te gaan richting Bali, om te duiken. Deze trip gaat over de binnenwegen (snelwegen zijn er niet) en duurt 2x 10u. In het midden stoppen we om de Bromo vulkaan te bekijken, die door bewolking niet zijn volledige schoonheid durft te laten zien.

 

Bromo Vulkaan bij zonsopkomst

Omdat Bali, vooral rond Kerst, berucht is voor de hordes Australiers die daar hun Lloret de Mar hebben gevonden in badplaatsen zoals Kuta, gaan we naar het rustigere noorden. Hier zouden we lekker gaan chillen, maar eigenlijk willen en kunnen Hilde en ik dat niet… Met het vooruitzicht te eindigen als gegrilde tonijnfilet op de loeihete stranden van Lovina (30 graden en meer!), zoeken we ons heil in het duiken. Hilde had het eerste duikniveau al gehaald in Maleisie en wist mij over te halen dat ook te doen. Eigenlijk ben ik een beetje een scheiterd voor dieptes, (sorry Bootjes…), maar omdat ik toch ‘maar’ tot 18 meter mag met mijn eerste brevet, besluit ik dat ik toch durf. Voor mij betekent dit vier dagen duiken, eerst in een zwembad, daarna voor het echie in zee. Hilde ziet zichzelf al de hele week tussen onze Nederlandse buren zitten (pensionado’s zoals te vinden in Benidorm) en wil ook weer de diepte in. Ze gaat voor het Advanced Open Water (tot 30m!)

Duiken bij Menjangan Island

Tropische visjes bij Menjangan Island

Noord Bali heeft twee hele mooie duikspots: een groot rif dat steil de zee in plonst (Menjangan Island Reef) en een spectaculair wrak van een vrachtship dat is gezonken vlak voor de kust in de WO II. Bij beide locaties maken we twee duiken en ik voel me letterlijk als vis in het water. Als je eenmaal je equipment vertrouwd is het eigenlijk allemaal heel rustig en relaxed onderwater. Het duikwereldje doet me denken aan zeilkamp. Met een bos wild touwhaar een beetje sommetjes maken terwijl je op vakantie bent. Het komt vast ook door dezelfde ontspannen sfeer bij de duikschool en zeilschool. Om een of andere reden zijn die bruingebronste instructeurs altijd heel vriendelijk en relaxed, tevreden met hun magere salaris van hun prachtige baan.

Lovina, Bali

 

We sluiten onze duikdagen af met een nachtduik. Voor Hilde een deel van haar cursus, voor mij een bonus die ik van Hilde kreeg. ‘s Nachts duiken is heel anders, je ziet niks behalve het schijnsel van je lamp. Dit maakt het in het begin spooky en eng, maar daarna heel mystiek. Door het warme water is het eigenlijk heel magisch om zo in het totale zwart rond te zweven zonder inspanning of moeite. Bovendien bleven er maar Titanic flash-backs door mijn hoofd schieten…(maar dat kwam ook vast door de wrakduik eerder die dag).

 

Met twee duikbrevetten op zak plannen we onze reis naar Ubud, Zuid Bali. We vergeten dat deze trip door de bergen gaat en dat dat gevaarlijk is als je net hebt gedoken. Om decompression sickness en stikstof vergiftiging te verkomen, annuleren we onze bus tickets en stellen ons vervoer een halve dag uit…Des al niet te min hebben we een beetje tintelende tenen en benen op de vertraagde reis…Hmm…Ook wij kunnen niet aan de regels van Moeder Natuur tornen… Het komt allemaal goed en nu zitten we in het tropische dorp Ubud. Waar alleenstaande 40-jarige vrouwen hun heil zoeken naar echte liefde (kijk en lees Eat, Pray, Love). Hier verplicht een donderende regenbui in de middag je tot een dutje en is het daarna niet meer zo plakkend heet. Gelukkig kan je ook mooi wandelen tussen de rijstvelden en hinduïstische tempeltjes. Ook de veeltallig aanwezige MESSAAASJJ!!! dames die Hilde eerder beschreef zijn ook hier overal te vinden.

Morgen gaan we een avondje partyen tussen de Australiers in Kuta. Eigenlijk als tussenstop naar het vliegveld, maar eigenlijk ook omdat dit ook een kant van Bali is, die toch een beetje geproefd moet hebben. Toch?

We zullen vliegen naar Sulawesi. Een groot eiland in het noorden van Indonesie, de echte Spice Islands van welleer. Waar het toerisme nog minimaal is en het transport nog trager. Hier heeft Nederland 350 jaar kapitalen verdient met het laten verbouwen van de duurste kruiden (kruidnagel, nootmuskaat) ter wereld. Daarover later meer…

Tot nu toe is het reizen hier fantastisch. De rijst komt nog niet mijn neus uit, de hitte is lekker plakkerig maar goed te dragen, de milkshakes zijn zeer aan te raden, maar bovenalles is het samen reizen met lieve Hilde heerlijk. Alles gaat zeer goed samen en we reizen als een team. Hilde is nu niet meer one person, maar we zijn samen two person in one team.

 

Thomas

Een bucket (emmer) is een gevaarlijke combinatie van lokale sterke drank, frisdrank naar keuze en Red Bull in een kinder strandemmertje. Van zo’n emmertje ga je heel hard en ongecoordineerd stuiteren. Na twee emmers weet je niet meer hoe je thuis bent gekomen en word je wakker met je gezicht onder de groene verf. En/of met een tattoo op je voet, dat laatste overkwam een meisje uit de dorm (slaapzaal). De jongen die op bijgevoegde foto wordt getattoeerd onder aanmoediging van zijn dormgenoten had er wel vantevoren over nagedacht. Overigens zijn wij 5 minuten gebleven, hij schijnt er vier uur te hebben gelegen! En/of je versiert een willekeurige andere partyganger die zo’n emmer op heeft om een leuke nacht mee te hebben. Zo werden er op een verdieping in de dorm (16 mensen per slaapzaal) na een mooi feest 4 baby’s tegelijk verwekt. Gelukkig lag ik zelf op de andere verdieping en naast de nederlandse Sarah! Koh Phi Phi werd dus na een yoga les bij zonsondergang op het strand (was fantastisch) en duiken tussen de haaien (geniaal) een hele andere ervaring dan verwacht. Ach, de lokale specialiteit is altijd het beste toch?

Na vier nachten was ik wel uitgefeest en had ik behoefte aan wat meer rust (je ontmoet nogal veel mensen als je met 32 man in een huisje slaapt). Op buureiland Koh Lanta kwam ik in een soort hippiekamp terecht. Gerund door een graatmagere oude zweed, met hippe thai achter de bar, dansende kindjes op het strand en twee cd’s: van Guns ‘n Roses en de Red Hot Chilli Peppers. En vol alternatievelingen die vooral van de speciale kaart bestelden: mushroom shakes. Interessante mensen ontmoet die je normaal niet zo snel spreekt (zoals een engelsman die al drie jaar daar vast zit), veel geleerd zoals dat je gaat trippen van cobrabloed en dat er ‘s nachts naakte hippies met pilletjes op rondzwemmen in de zwembaden van de sjieke resorts. Maar vooral op de veranda voor mijn eigen bamboehut gezeten, naar de maaasssaaasj geweest, op snorkeltrip geweest en psychologieboeken gelezen (nog een nieuwe hobby).

Na een nachtje Krabi bij Pinky (ja zo heette ze echt..) inmiddels weer in Kuala Lumpur beland. Omdat ik al een keer om 12u ‘s avonds hier rondliep in volle bepakking zonder slaapplek had ik wat via internet geboekt. Kwam ik weer in een hippietent terecht waar om 21u de eerste malloot al onder invloed begon te schreeuwen. Meteen m’n spullen gepakt en door de eigenaar naar een rustigere dependance midden in Chinatown gebracht. Op weg naar de hippieplek aangesproken door een wildvreemde man die een yoga master bleek te zijn en die mijn aura zo mooi vond. Meteen een adresje voor een yogales vanavond dus! Maar misschien ook wel even helemaal niks. Mijn thaise avontuur was interessant. Ik voelde me een groentje die overal vol verwondering tussen liep en sliep. Afgelopen dagen heb ik vooral geslapen om alle indrukken te verwerken, om morgenochtend te beginnen aan het indonesische avontuur. Als two person!

(Op beide eilanden bevond ik me in zwaar getroffen tsunami gebied vanwaar bijgevoegde foto. Onvoorstelbaar wat daar is gebeurd.. Meer foto’s zijn te bezichtigen op: https://www.facebook.com/media/set/?set=a.10150485691054540.419982.781854539&type=1&l=d82f8f23e9)

Maleisiërs vinden het over het algemeen erg bijzonder en dapper als je hier als vrouwalleen reist. Wanneer je de veelgestelde vraag You one person? bevestigend beantwoordt wordt er instemmend geknikt. Zozo, als dame alleen op stap en dan ook nog eens alles zelf betalen.

Afgelopen weken was ik tijdelijk geüpgrade naar een hele reisgroep, namelijk een driemangezelschap. Op 4 november kwamen mijn ouders aan in Singapore. Na Borneo, en al helemaal na het niet bepaald toeristische of schone Tawau, een heel andere kant van Azië. Namelijk de grote booming city met enorme torens waar de sky de limit niet lijkt te zijn. Heel anders, maar zeker ook erg mooi! En leuk om met mijn ouders de wondere wereld van deze fine city te verkennen. Na Singapore kwamen we weer in een heel andere wereld terecht, namelijk die van de kleine industriële stad in de buurt van Johor Bahru (zuid Maleisië, net over de grens met Singapore). Hier was niks te doen, behalve winkels kijken, eten en niksen. Dus dat hebben mijn moeder en ik gedaan terwijl mijn vader aan het werk was. In Kuala Lumpur zijn shoppen en eten ook wel de belangrijkste activiteit, alleen op grotere schaal en met meer keuze. De ideale plek dus om op 11-11-11 mijn verjaardag te vieren!

In gezelschap reizen is op veel manieren anders dan als one person. Ten eerste ontmoet je veel minder mensen. Want alleen ben je een makkelijk aanspreekbaar target (en denken mensen altijd dat je er op zit te wachten). Daarnaast regel je als one person alles zelf; met mijn ouders spraken taxichauffeurs, obers etc altijd mijn vader aan. Wel wennen nu ik weer zelf moet vertellen waar ik heen wil (en vaker in een bus dan in een taxi zit..). Tot slot ligt de standaard van mijn ouders toch wat hoger dan de mijne (bovendien zijn zij 2 weken op vakantie, niet 6 maanden op reis). Ik denk niet dat ik komende maanden nog zo goed ga eten of op zulke dikke matrassen ga slapen. De chicken fried rice, 2 cm dikke foammatrasjes en luidruchtige dormgenoten worden wel weer wennen… Bovendien krijg ik weer te maken met de 3 grootste nadelen van het alleen reizen: wie past er op je tas als je naar de wc gaat? wie smeert je rug in? wie neemt je foto?

Vandaag zijn mijn ouders vertrokken vanaf Penang, het Maleisische eiland waar we aan het bijkomen waren van het relaxen op Langkawi. Na het luxe resort zit ik in een dorm in Georgetown met 9 anderen voor 2 euro per nacht, het contrast kan niet groter! Vannacht om 5u ga ik met de bus noordwaarts naar Koh Phi Phi in Thailand om me te wijden aan mijn nieuwe lievelingshobby: duiken! Daarnaast zal er eindelijk tijd zijn voor yogalessen. Even bijkomen voordat Thomas hier vanaf begin december twee maanden lang drukte komt schoppen…

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.